Het valt op dat er tegenwoordige weer heel wat overnames worden gedaan. Statistisch gezien zijn echter lang niet alle grote overnames en fusies succesvol. Vaak monden ze na jaren van kwakkelen uit in een vernietiging van aandeelhouderswaarde i.p.v. -creatie.
Haast vanzelfsprekend wordt de aankondiging van elke grote overname overgoten met een saus van gekruid optimisme en romige ambities. Niet zelden was het nochtans beter de stukken van de overnemer prompt te verkopen, omdat van al die mooie beloftes na verloop van tijd enkel maar ellende overblijft.
Maar er zijn wel degelijk een aantal elementen die een indicatie geven of een deal meer kans heeft om te slagen dan om te mislukken.
Ten eerste is er de financiering. Er is vanzelfsprekend een verschil indien men de overname financiert met schulden, met vers kapitaal (aangebracht door de aandeelhouders) of met geld dat men ‘in kas’ heeft. Met schulden gefinancierde overnames zijn in de regel risicovoller dan wanneer men het geld gewoon op een rekening heeft staan. Maar het hangt er in belangrijke mate van af of de fusie een hoge cashflow genereert en niet cyclisch is. Dan betaalt de acquisitie de schulden immers makkelijker terug. De overname van Anheuser-Busch door Inbev is daar een goed voorbeeld van. Wanneer het om cyclische en kapitaalintensieve activiteiten gaat, liggen de kaarten vaak anders. Een recessie doet de cashflows opdrogen, maar de schulden moeten natuurlijk wel worden afbetaald en de intrestlasten blijven gewoon doorlopen.
Twee andere elementen spelen eveneens een rol. Bedrijven met een aparte en unieke bedrijfscultuur passen niet altijd goed bij elkaar. Google en Microsoft zullen wellicht nooit tot een even succesvolle combinatie kunnen uitgroeien dan dat ze onafhankelijk van elkaar concurrenten zijn. Overnames in een sector zoals grondstoffen, waar de mentaliteit en denkwijze van de werknemers vaak weinig zal verschillen, bieden meer kans op succes.
Er zijn helaas geen vaste regels, ook bovenstaande zijn enkel indicaties die wijzen op. Een fusie van bedrijven die geografisch dicht bij elkaar aanleunen, heeft vaak meer kans op slagen dan bijvoorbeeld trans-Atlantische fusies. De cultuurverschillen zijn daar soms te groot.
Er zijn verder nog enkele elementen die van belang kunnen zijn. Het ego van een CEO, is daar één van. De drang om de grootste te zijn kan overheersen, waarbij de overname een gebrek aan rationaliteit vertoont. Of soms wordt het louter kopen van omzet op de voorgrond geplaatst. Kortom, overnemen kan iedereen, maar een geslaagde overname en fusie is bijlange na geen wetmatigheid. Enig scepticisme is dus op zijn plaats.
Goede raad bij overnames
Een geslaagd bod biedt meestal uitzicht op een flinke koersstijging op de kortst mogelijke termijn. Vaak krijgen we dan de vraag of men meteen moet verkopen of men de aandelen die worden overgenomen best nog even bijhoudt.
Wanneer een bod wordt gelanceerd op aandelen die u in portefeuille heeft, weet dan dat dit nog geen eindpunt is. Wie het zekere voor het onzekere kiest, verkoopt meteen.
Voordeel 1: U heeft snel uw geld en u kan het in een andere opportuniteit herbeleggen. Indien u ingaat op het bod, dan zal u immers enkele maanden geduld moeten oefenen vooraleer het geld op uw rekening staat. U zit in die periode met aandelen waarvan de koers weinig zal schommelen en doorgaans hooguit enkele procenten onder de biedprijs zal noteren.
Voordeel 2: Indien het bod om eender welke reden wordt ingetrokken (geen akkoord van een meerderheid van de aandeelhouders, bezwaren van de autoriteiten, enz.), dan zal de beurskoers terugzakken. Wie meteen verkoopt heeft dus zeker de winst binnen.
Nadeel 1: U betaalt transactiekosten bij de verkoop, hoewel deze kosten tegenwoordig vaak zeer laag liggen. Wanneer u ingaat op het bod, dan betaalt u geen transactiekosten.
Nadeel 2: Het belangrijkste nadeel wanneer u onmiddellijk verkoopt, is dat u niet zal kunnen genieten van een eventueel hoger bod. Om echter in te kunnen schatten of er ook een hoger bod komt, van dezelfde bieder of van een concurrerende bieder, bestaan er niet meteen algemene regels. Elk dossier is namelijk anders en kent zijn eigen dynamiek.
Een indicatie ─ geen garantie! ─ van een hoger (tegen)bod is wel vaak dat de beurskoers boven de biedprijs gaat noteren. Of een overname kans maakt op slagen, kan eveneens mee bepaald worden door de aanwezigheid van grote aandeelhouders. In hoeverre zijn zij bereid om te verkopen? Wat krijgen ze in de plaats, aandelen van de bieder of cash? Hou er trouwens ook rekening mee dat een bod in 100% cash meestal aantrekkelijker is. Een bod in aandelen van de bieder kan uiteraard nog schommelen, als diens koers zou stijgen of dalen.
Onthoud dat wie snel tevreden is, maar mogelijk niet met het maximum, onmiddellijk verkoopt. Wie het onderste uit de kan wil halen, maar ook de kans heeft om het deksel op de neus te krijgen, wacht gewoon af totdat hij effectief wordt uitgekocht. In de meeste gevallen loopt een bod voor hen goed af.